Brief aan de Efeziërs

Efeziërs

De brief van Paulus aan de Efeziërs is één van de ‘gevangenisbrieven’ van Paulus. Hij schreef de brief omstreeks 61 AD, waarschijnlijk vanuit zijn gevangenschap te Rome, aan een gemeente die hij samen met Apollos gesticht had en waar hij ongeveer drie jaar heeft vertoefd.

Efeze was de belangrijkste stad en zeehaven in de Romeinse provincie Asia. Er was veel handel en cultuur maar ook prostitutie en occultisme.  In deze, geestelijk duistere plaats, brachten Paulus en Apollos het bevrijdende evangelie van Jezus Christus. Een confrontatie met de machten der duisternis kon niet uitblijven en manifesteerde zich vooral door toedoen van de zilversmid Demetrius die de verkoop van zijn beeldjes sterk zag teruglopen.

In de eerste drie hoofdstukken van deze brief zet Paulus Gods heilsplan voor Zijn gevallen schepping uiteen. De geweldige zegeningen die de gelovigen in Christus ontvangen hebben komen duidelijk naar voren. Christus is nu zowel voor Jood als heiden, beiden hebben door één Geest nu toegang tot de Vader.

Maar de ontvangen zegeningen moeten ook tot uitdrukking komen in de verschillende facetten van ons bestaan en hierover gaan de hoofdstukken vier en vijf en gedeeltelijk hoofdstuk zes.

Tenslotte wijst Paulus op de realiteit van de geestelijke strijd waarmee we dagelijks te maken hebben en in dat verband behandelt hij de geestelijke wapenrusting.

Aan het eind van deze studie is het een en ander nog eens schematisch weergegeven.

Zoetermeer, februari 2026

Scroll naar boven